Termen bij Poker spelen

Bad Beat: Wanneer je een quasi zeker winnende hand toch verliest. Sommige poker rooms hebben een Bad Beat jackpot die je hiertegen beschermt.

Button: Dealer positie. Calling Station: Een speller die bijna al zijn handen called en bijna nooit fold.

Catch: Wanneer een draw gemaakt wordt, vaak is dit is een flush of een straight.

Vroege positie: In vroege positie zitten betekend aan een volle tafel plaats 1 tot 3 links van de dealer. Je moet vroeg een beslissing maken, je kan niet iemand afwachten.

Hand: De twee kaarten die iedereen gedeeld krijgt, ongezien door de andere spelers. Heads Up: Één op één spel waar maar twee spelers in mee doen.

Kicker: De hoogste ongepaarde kaart in een spelers hand. Bijvoorbeeld: met AJ heb je A hoog met een J kicker als de flop A96 komt dan heb je een paartje azen met J kicker.

Late Positie: Als laatst aan de beurt zijn om te beslissen, vaak plaats 1 tot 3 rechts van de dealer.

Losse Speler: Een speller die erg veel handen speelt, goed of slecht. Muck: Je hand niet laten zien na het winnen of verliezen van een hand.

Nuts: De hoogst mogelijke combinatie op dat moment aan tafel. Overkaart: Een kaart op tafel dat hoger is dan je eigen paar.

Positie: De plaats van de speler aan tafel ten opzichte van de dealer, je kan vroeg, midden of laat in positie zitten.

Pot Odds: De uitgerekende kansen om te winnen in relatie met hoeveel het kost en hoeveel er in de pot zit om te spelen. Als verduidelijking een voorbeeld: Je hebt nog 1 kaart nodig voor je flush, met ook nog 1 kaart te gaan op tafel. Dan heb je grof gezien 1 op 4 kans dat jou flush gaat komen. Als de pot $10,- is en je tegestander zet $5,- in, dan zijn je pot odds slechts omdat 1:2 veel lager is dan 1:4. Pot odds zijn niet alleen belangrijk voor wanneer je moet callen maar ook wanneer je iemand met een draw uit de hand wil pushen moet je genoeg inzetten zodat zijn pot odds negatief worden..

Showdown: Het laten zien van de kaarten na de laatste bet en call op de river. Er word gekeken wie de beste hand heeft.

Slow Play: Het niet betten of raisen van een goede hand om verdere bets (bluffs) te stimuleren van een tegenstander.

Stelen: Raisen in verwachting dat de andere spelers gaan folden, vaak is dit een bluff. Tight: Een speler die erg conservatief speelt en bijna alleen inzet met goede handen. Turn: De 4e gemeenschappelijke kaart.

Wij hopen dat je als pokerspeler iets aan mijn poker informatie hebt gehad en wensen je veel succes aan de pokertafels. Mocht je nog vragen en of opmerkingen hebben stuur ons dan gerust een e-mail via onze website spelenpoker.nl.